ECLI:NL:GHARL:2019:5680
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens verjaring
In deze strafzaak heeft de militaire kamer van de rechtbank Gelderland op 9 mei 2019 besloten het openbaar ministerie gedeeltelijk niet-ontvankelijk te verklaren vanwege verjaring van het tenlastegelegde feit voor zover gepleegd vóór 20 maart 2013. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in. Het hof heeft op 18 juni 2019 onderzocht of het openbaar ministerie ontvankelijk is in dit hoger beroep.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering hoger beroep alleen mogelijk is tegen einduitspraken. De beslissing van de rechtbank betreft echter een tussenuitspraak, omdat de gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid niet ziet op afzonderlijke feiten die als zelfstandig kunnen worden beschouwd, maar op een periode binnen één tenlastegelegd feit. Hierdoor is geen splitsing mogelijk in aparte procedures.
Het hof stelt dat het toestaan van het hoger beroep tegen deze tussenuitspraak zou leiden tot parallelle procedures over hetzelfde tenlastegelegde feit, wat onwenselijk is en door de wet wordt voorkomen. Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de voorzitter A. van Maanen, lid N.C. van Lookeren Campagne en militair lid G. Souer, waarbij laatstgenoemde niet kon medeondertekenen. Tegen dit arrest staat binnen twee weken beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid wegens verjaring.