Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een administratieve sanctie opgelegd aan de kentekenhouder voor het volgen van een verkeerde rijrichting op 9 augustus 2016.
De betrokkene voerde aan dat de ambtenaar die de sanctie oplegde onvoldoende concreet had verklaard waarom staandehouding niet mogelijk was. De ambtenaar had slechts een conclusie gegeven zonder feitelijke onderbouwing. Het hof oordeelde dat zonder concrete feiten en omstandigheden niet kan worden vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.
Op grond van artikel 5 van Pro de Wahv geldt dat als een reële mogelijkheid tot staandehouding bestaat, de sanctie aan de bestuurder moet worden opgelegd en niet aan de kentekenhouder. Het hof vond dat de sanctiebeschikking ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd en vernietigde deze.
Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Het hof zag geen reden om nader onderzoek te doen naar de verklaring van de ambtenaar.
De uitspraak benadrukt het belang van een concrete en feitelijke onderbouwing van het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding bij toepassing van artikel 5 Wahv Pro.
Uitkomst: De sanctiebeschikking aan de kentekenhouder wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.