Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
afrekent met een klant, dit gebeurt op kassa 156. Wanneer de klant weg is, blijft medewerker "zaken" invoeren op het toetsenbord. Ze maakt daarbij gebruik van zowel het numerieke toetsenbord als van het reguliere toetsenbord. Het lijkt of er ook een aantal keren een "F-toets" wordt gebruikt.
stond op dat moment niet bij deze kassa. Hier stond medewerker [verzoekster] .
verklaart die dag geen transacties te hebben laten vervallen en er zijn die dag volgens haar geen klanten geweest die artikelen terug hebben gebracht. Dit correspondeert met de camerabeelden.
4.De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan
5.De beoordeling in hoger beroep
“één keer per week of zo”, volgens [G] misschien één keer per maand. [H] heeft het over misschien één keer per week of nog wel minder vaak en [I] verklaart dat het eigenlijk nooit gebeurt, of misschien één keer per week of zelfs nog minder. [J] heeft nooit meegemaakt dat bij handverkopen iemand iets terugbrengt. Wel komen soms patiënten een recept terugbrengen, misschien wel een paar keer per week.