Het huwelijk van partijen werd in 2011 ontbonden en bij beschikking van toen werd partneralimentatie vastgesteld. In 2018 werd deze alimentatie aanzienlijk verlaagd. De vrouw kwam hiertegen in hoger beroep met het verzoek de partneralimentatie vanaf 2016 te verhogen tot €1.800 per maand.
Het hof constateert dat de vrouw haar behoefte per 2018 en 2019 voldoende heeft vastgesteld, maar onvoldoende heeft aangetoond dat zij behoeftig is. Ondanks medische stukken ontbrak een onafhankelijk oordeel over haar arbeidsongeschiktheid. Een bewijsaanbod om een deskundigenonderzoek te laten verrichten werd niet concreet genoeg gedaan en daarom gepasseerd.
Gelet op de onvoldoende onderbouwing van de behoeftigheid en het niet toereikende bewijsaanbod, faalden de grieven van de vrouw. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en compenseert de proceskosten in hoger beroep, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.