Uitspraak
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen vijf raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens vermeende onpartijdigheid, gebaseerd op een per abuis verzonden raadkamerverslag en vermeende vooringenomenheid.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 17 juli 2019 en oordeelde dat verzoeker niet-ontvankelijk was voor zover het verzoek betrekking had op twee raadsheren die geen bemoeienis meer hadden met de zaak. Voor de overige drie raadsheren was het aangevoerde onvoldoende om objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid aan te nemen.
De kamer wees het verzoek tot wraking af en verwierp tevens het verzoek tot proceskostenveroordeling tegen de Staat, omdat dit geen steun vond in het recht en er geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt in deze strafrechtelijke wrakingsprocedure.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard voor twee raadsheren zonder bemoeienis.