ECLI:NL:GHARL:2019:6101

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 juli 2019
Publicatiedatum
24 juli 2019
Zaaknummer
WAHV 200.221.102
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 4.4 Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzersArtikel 1 Regeling meetmiddelen politie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boetesnelheidsmeting met gekalibreerde boordsnelheidsmeter na dubbele correctie

In hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een snelheidsovertreding op de N248 te Barsingerhorn op 24 mei 2016, heeft het gerechtshof de zaak inhoudelijk beoordeeld. Betrokkene was als kentekenhouder een administratieve sanctie van €261,- opgelegd wegens een snelheidsovertreding van 27 km/h boven de toegestane 45 km/h. De snelheid was gemeten met een boordsnelheidsmeter in een politievoertuig.

De verdediging voerde aan dat de zogenaamde dubbele correctie toegepast diende te worden omdat de snelheid was gemeten vanuit een rijdend voertuig. Het hof oordeelde dat de kantonrechter terecht de sanctie in stand hield, maar met verbetering van de motivering. De kantonrechter had zich gebaseerd op een inmiddels vervallen aanwijzing, terwijl de actuele Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van toepassing is. Deze aanwijzing bevat een kalibratietabel en correctietabel die de maximale foutmarge van de boordsnelheidsmeter specificeren.

Het hof bevestigde dat de werkelijke snelheid correct was vastgesteld op 72 km/h na toepassing van de juiste correcties volgens de geldende aanwijzing. Er was geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter bevestigd met een verbeterde grondslag.

Uitkomst: De administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding wordt bevestigd met verbetering van gronden.

Uitspraak

WAHV 200.221.102
24 juli 2019
CJIB 198701080
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland
van 8 augustus 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 14 mei 2019 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De griffier van de rechtbank heeft het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter toegezonden aan de griffier van het hof. Dit proces-verbaal is partijen in afschrift verstrekt.

Beoordeling

1. Het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter is toegevoegd aan het dossier. Het verweer van de gemachtigde van de betrokkene op dit punt slaagt dan ook niet.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert ook aan dat de rechtbank de inleidende beschikking ten onrechte in stand heeft gelaten. De gemachtigde had aangevoerd dat het sanctiebedrag gematigd diende te worden omdat de snelheid was gemeten vanuit een rijdend voertuig zodat de zogenaamde dubbele correctie dient te worden toegepast. De kantonrechter verwijst naar artikel 4.4 van de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers, maar een geijkte boordsnelheidsmeter is iets anders dan de in deze zaak gekalibreerde boordsnelheidsmeter.
3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 261,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 27 km/h." Deze gedraging zou zijn verricht op 24 mei 2016 om 17:50 uur op de N248, richting oost, te Barsingerhorn met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat voor zover hier van belang de volgende gegevens:
"De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 75 km per uur
Snelheid volgens kalibratietabel: 75 km per uur
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 72 km per uur
Toegestane snelheid: 45 km per uur
Overschrijding met: 27 km per uur
Kenmerk: HH491L.
De werkelijke snelheid is het resultaat van een overeenkomstig de geldende Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het College van procureurs-generaal uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid volgens de kalibratietabel van het dienstvoertuig."
5. De standaardsnelheidsmeter in een politievoertuig hoeft volgens artikel 1 van Pro de Regeling meetmiddelen politie niet te zijn geijkt. Deze hoeft dus niet te zijn voorzien van een NMI-certificaat. Vaak is wel vastgesteld met welke snelheden de op de boordsnelheidsmeter af te lezen snelheden overeenkomen. Dit is vastgelegd in een bij het dienstvoertuig behorende tabel, de kalibratietabel genaamd. De Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers waaruit de kantonrechter in zijn beslissing uitgebreid heeft geciteerd, is per 1 april 2015 vervallen. Op gedragingen van na die datum is de Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen van toepassing. Daarin staat onder 2.1. 'Maximale fout' met betrekking tot de gekalibreerde boordsnelheidsmeter in een dienstvoertuig van de politie het volgende: "De maximale fout voor gekalibreerde boordsnelheidsmeters bedraagt 3 km/h voor snelheden niet hoger dan 100 km/h en 3 procent van de werkelijke snelheid voor snelheden hoger dan 100 km/h. De in de kalibratietabel onder gemeten snelheid opgenomen waarden (zie de bijlage) moeten daarom ook met deze waarden worden gecorrigeerd." De bijlage is de onder 2.1.1. opgenomen correctietabel. Daarin staat dat bij een gemeten snelheid van 0 t/m 100 km/h de correctie 3 km/h bedraagt.
6. Gelet op hetgeen onder 5 is overwogen, is in dit geval op juiste wijze vastgesteld dat de werkelijke snelheid 72 km/h bedroeg. De kantonrechter heeft het beroep tegen de inleidende beschikking terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen, zij het met verbetering van gronden omdat de kantonrechter zijn beslissing heeft doen steunen op de per 1 april 2015 vervallen Aanwijzing.
7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.