ECLI:NL:GHARL:2019:6167
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarige wegens voldoende geaccepteerde hulpverlening
De zaak betreft een hoger beroep van de raad voor de kinderbescherming tegen de afwijzing van een verzoek tot ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2005, die ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling door langdurige problematiek rondom zijn schoolgang.
De raad stelde dat de hulpverlening onvoldoende werd geaccepteerd en dat een gedwongen kader noodzakelijk was. De moeder voert verweer en stelt dat de hulpverlening passend is en wordt geaccepteerd. Het hof heeft vastgesteld dat er een passend onderwijs-/zorgplan is opgesteld door meerdere professionele hulpverleners, dat daadwerkelijk wordt ingezet en door de moeder wordt geaccepteerd.
Het hof oordeelt dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat de hulpverlening ontoereikend is of onvoldoende wordt benut. Ook is vastgesteld dat het ontbreken van contact met de vader geen grond vormt voor ondertoezichtstelling. Gezien de kwetsbaarheid van de minderjarige en de positieve, zij het langzame, ontwikkeling acht het hof een ondertoezichtstelling niet gerechtvaardigd.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de kinderrechter die het verzoek tot ondertoezichtstelling heeft afgewezen. De proceskosten worden in beide instanties gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt afgewezen en de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.