ECLI:NL:GHARL:2019:626
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Hoorplichtschending bij administratieve sanctie rechts inhalen op snelweg
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie wegens rechts inhalen ongegrond had verklaard.
De betrokkene stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat hij geen termijn had gekregen om een verzoek tot horen in te dienen. Het hof stelde vast dat de officier van justitie inderdaad geen termijn had gesteld, wat in strijd is met artikel 7:17 Awb Pro. Hierdoor mocht de officier van justitie niet afzien van het horen van betrokkene.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie. De sanctie van €230,- wegens rechts inhalen bleef echter gehandhaafd omdat de gedraging niet werd betwist en het hof oordeelde dat de omstandigheden geen matiging rechtvaardigen.
Tot slot werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan betrokkene, omdat het beroep gegrond werd verklaard en de procedure meerdere stappen omvatte.
Uitkomst: De hoorplichtschending leidde tot vernietiging van eerdere beslissingen, het beroep tegen de sanctie werd ongegrond verklaard en de advocaat-generaal werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.