ECLI:NL:GHARL:2019:6264
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gebruiksrecht huurwoning en ambtshalve dwangsom
In deze zaak gaat het om een geschil tussen voormalige partners die medehuurders zijn van een woning. Na het beëindigen van hun relatie en een incident heeft appellant de woning verlaten op advies van de politie, waarna geïntimeerde in de woning bleef wonen.
Appellant vorderde in eerste aanleg het voortgezet gebruiksrecht van de woning met uitsluiting van geïntimeerde, terwijl geïntimeerde in reconventie het gebruiksrecht met uitsluiting van appellant vorderde. De voorzieningenrechter wees de vorderingen van appellant af en kende het gebruiksrecht toe aan geïntimeerde, met een dwangsom bij niet-naleving.
In hoger beroep betoogde appellant dat de voorzieningenrechter ten onrechte het gebruiksrecht aan geïntimeerde toekende zonder dat zij dit expliciet had gevorderd en dat de dwangsom onrechtmatig ambtshalve was opgelegd. Het hof oordeelde dat het voortgezet gebruiksrecht uit de vorderingen mocht worden afgeleid en dat appellant geen belang meer had bij zijn vordering. De dwangsom mocht echter niet ambtshalve worden opgelegd omdat geïntimeerde deze niet had gevorderd. Het hof vernietigde daarom dat deel van het vonnis en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ambtshalve opgelegde dwangsom en bekrachtigt het overige vonnis over het gebruiksrecht van de huurwoning.