ECLI:NL:GHARL:2019:6266
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen inzake zorg- en contactregeling na scheiding ouders
In deze zaak zijn de ouders in 2018 gescheiden en gezamenlijk gezaghebbend over twee minderjarige kinderen. De rechtbank Gelderland stelde op 2 april 2019 een zorgregeling vast waarbij de kinderen tweewekelijks verdeeld waren over beide ouders. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om voorlopige ondertoezichtstelling vanwege een onstabiele opvoedsituatie, welke door de rechtbank op 8 april 2019 werd toegewezen.
De vader stelde in kort geding een vordering tot onmiddellijke afgifte van de kinderen en wijziging van de zorgregeling, welke door de voorzieningenrechter werd afgewezen. In hoger beroep verzocht de vader om schorsing van de zorgregeling van 3 juli 2019 en hervatting van de regeling van 2 april 2019, inclusief een verblijf van de kinderen bij hem gedurende de zomervakantie.
Het hof verwierp deze wijziging van eis als strijdig met de goede procesorde en oordeelde dat de vader geen belang meer had bij vernietiging van het bestreden vonnis. Het hof bevestigde dat de omgang voorlopig onder regie van Jeugdbescherming Gelderland plaatsvindt vanwege de heftige strijd tussen ouders en de ernstig bedreigde ontwikkeling van de kinderen. Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vader wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank Gelderland wordt bekrachtigd.