Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland inzake de vaststelling van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt om een hogere bijdrage van de man, gebaseerd op vermeende onjuiste of onvolledige gegevens in de eerdere beschikking. Het hof verwijst naar artikel 1:401 lid 4 BW Pro, dat wijziging van alimentatie mogelijk maakt bij onjuiste of onvolledige feitelijke gegevens, maar niet bij onjuiste juridische oordelen.
De vrouw stelt dat het inkomen van de man en zijn partner hoger is dan eerder vastgesteld en dat de behoefte van een stiefkind niet correct is meegenomen. Het hof oordeelt dat de rechtbank bij de eerdere beschikking is uitgegaan van de toen beschikbare gegevens en dat de vrouw tegen de juridische oordelen in hoger beroep had kunnen gaan, maar dat deze gronden niet onder artikel 1:401 lid 4 BW Pro vallen.
Verder wijst het hof de grieven van de vrouw af die zien op het niet meenemen van combinatiekorting en kindgebonden budget, omdat deze correct zijn verwerkt en nauwelijks invloed hebben op de draagkracht van de man. Ook het incidenteel hoger beroep van de man over proceskosten wordt afgewezen. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt de eerdere beschikking en wijst het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie af.