Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter tot ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2005, die sinds 2017 bij haar moeder woont. De ouders zijn gescheiden en voeren een langdurige en ernstige strijd, waarbij de minderjarige klem zit tussen hen en lijdt onder loyaliteitsproblemen, PTSS en vermoedens van seksueel overschrijdend gedrag door de vader.
De kinderrechter had de ondertoezichtstelling van de gecertificeerde instelling (GI) bevolen voor de periode van 22 januari 2019 tot 22 januari 2020. De moeder verzet zich tegen deze maatregel en verzoekt vernietiging, terwijl de vader en de raad voor de kinderbescherming de beschikking willen laten bekrachtigen.
Het hof stelt vast dat ondanks eerdere hulpverlening, waaronder intensieve psychiatrische gezinsbehandeling en therapieën, de situatie onveranderd blijft door de aanhoudende conflicten en onvoldoende acceptatie van hulp door de ouders. De minderjarige voelt zich alleen op school veilig, heeft geen contact met de vader en ervaart ernstige stress en ontwikkelingsbedreiging.
Het hof oordeelt dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de continuïteit van hulpverlening te waarborgen en de belangen van de minderjarige te beschermen. De moeder's standpunten worden verworpen, mede omdat vrijwillige hulpverlening eerder is gestrand. Het hof legt uit aan de minderjarige waarom deze maatregel nodig is en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door ouderlijke conflicten.