Uitspraak
[appellant],
Achmea,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over een brandverzekering waarbij de appellant zijn Mercedes-Benz verzekerde tegen brandschade. Na brand in de nacht van 31 december 2016 op 1 januari 2017 meldde hij de schade, maar de verzekeraar verwees naar premieachterstand waardoor geen dekking bestond.
De kern van het geschil is of de verzekeraar voldoende bewijs heeft geleverd dat de aanmaningsbrieven van 14 en 29 november 2016 tijdig zijn verzonden en ontvangen door de appellant. De kantonrechter had dit bewijs aan de zijde van de verzekeraar geacht en wees de vordering van de appellant af.
In hoger beroep betwist de appellant dit bewijs, maar het hof overweegt dat een redelijke mate van zekerheid volstaat. Getuigen van de verzekeraar en PostNL verklaren dat de brieven volgens de interne en externe procedures zijn verzonden en bezorgd, en dat er geen aanwijzingen zijn voor storingen of bezorgproblemen.
Het hof acht het ongeloofwaardig dat de brieven niet zijn aangekomen en wijst het tegenbewijsaanbod van de appellant af wegens onvoldoende specificatie. Het hof verklaart de appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep, bekrachtigt het eerdere vonnis en veroordeelt hem in de proceskosten.
Uitkomst: De appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.