Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Den Haag(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was jarenlang in dienst bij een hogeschool en ontving bij beëindiging van zijn dienstverband een beëindigingsvergoeding van €107.324. Hij stelde dat een deel van deze vergoeding een niet tot het loon behorende compensatie voor immateriële schade betrof en daarom niet belastbaar was.
De Inspecteur stelde dat de gehele vergoeding verband hield met de dienstbetrekking en derhalve als loon belastbaar was. Het hof onderzocht de omstandigheden, waaronder de beëindigingsovereenkomst en e-mailcorrespondentie, waaruit bleek dat de vergoeding bedoeld was ter compensatie van inkomensschade, met name ter aanvulling van een pensioengat.
Belanghebbende kon niet aantonen dat een deel van de vergoeding specifiek was bedoeld voor immateriële schade. Het hof concludeerde dat de vergoeding volledig als loon uit vroegere dienstbetrekking moet worden beschouwd en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de gehele beëindigingsvergoeding als belastbaar loon uit dienstbetrekking moet worden aangemerkt.