Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder te noemen: de vader,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders waren gezamenlijk gezagdragers over hun dochter, die sinds 2015 onder toezicht staat en uit huis is geplaatst vanwege ernstige problematiek. De rechtbank beëindigde het gezag van beide ouders en benoemde een gecertificeerde instelling tot voogd. De ouders gingen in hoger beroep tegen deze beschikking.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de ouders niet-ontvankelijk voor het gezag van de vader, omdat zij dit niet handhaafden. Voor het gezag van de moeder bevestigde het hof het oordeel van de rechtbank. De moeder kampt met een benedengemiddelde intelligentie, PDD-NOS en een gebrek aan een stabiel netwerk, waardoor zij niet in staat is om de dochter een veilige en stabiele opvoeding te bieden.
De minderjarige heeft een belast verleden met kindermishandeling en is recentelijk opnieuw uit huis geplaatst vanwege vermoedens van mishandeling in het pleeggezin. Het toekomstperspectief is onzeker, maar een terugkeer naar de moeder is op korte termijn uitgesloten. Het hof benadrukt dat het oordeel over de moeder en de minderjarige staat los van de situatie van de jongste dochter die bij de moeder woont.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en concludeert dat het in het belang van de minderjarige is dat het gezag van de moeder wordt beëindigd, zodat er rust en duidelijkheid ontstaat over haar rol in het leven van het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige wegens haar onmacht en bedreiging van de ontwikkeling van het kind.