ECLI:NL:GHARL:2019:6661
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Aanhouding zaak vervangende toestemming verhuizing en zorgregeling minderjarige kinderen
De moeder verzocht om vervangende toestemming om met haar twee minderjarige kinderen te verhuizen van woonplaats B naar A, wat door de vader werd bestreden. De rechtbank wees het verzoek af en legde een zorgregeling vast. De moeder ging in hoger beroep met meerdere grieven en verzocht tevens voorlopige voorzieningen.
Het hof oordeelde dat de moeder zonder toestemming was verhuisd en dat er geen noodzaak was voor de verhuizing. De negatieve gevolgen voor de vader en kinderen, zoals minder contact, bleven aanwezig. Omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over de feitelijke situatie en zorgcapaciteit van de vader, achtte het hof een raadsonderzoek noodzakelijk om het belang van de kinderen te bepalen.
Voorlopig bepaalde het hof dat de kinderen vanaf 2 september 2019 hun hoofdverblijf bij de vader hebben, met een zorgregeling waarbij de kinderen in de weekenden dat de vader werkt bij de moeder verblijven en de ouders het halen en brengen delen. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en hield de zaak aan voor het advies van de raad en verdere schriftelijke reacties van partijen.
Uitkomst: De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd, het hoofdverblijf van de kinderen wordt voorlopig bij de vader vastgesteld en een raadsonderzoek wordt gelast.