Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2011 gehuwd en in 2017 gescheiden. Zij oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over hun in 2014 geboren kind, de minderjarige1. De rechtbank had in juni 2018 de hoofdverblijfplaats van de minderjarige1 bij de moeder vastgesteld, maar deze verbleef met instemming bij de vader. De moeder woont in een onstabiele woonsituatie en werkt fulltime, terwijl de vader inmiddels een eigen woning heeft.
De raad voor de kinderbescherming bracht een aanvullend rapport uit waarin werd geadviseerd de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen, gezien de vertrouwde omgeving en het belang van stabiliteit voor de minderjarige1. De gecertificeerde instelling constateerde geen onveilige situatie bij beide ouders.
Het hof volgt het advies van de raad en vernietigt de beschikking van de rechtbank. Het hof bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige1 bij de vader blijft, omdat dit het beste aansluit bij zijn behoefte aan rust, stabiliteit en continuïteit. Het contact met de halfbroer en halfzus wordt als belangrijk erkend en de zorgregeling zal worden voortgezet zoals feitelijk uitgevoerd.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld.