Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 25 maart 2019, en
- de op 16 juli 2019 ter griffie ontvangen brief van 9 juli 2019 van [verweerster] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter had bij beschikking van 11 februari 2019 het bewindvoeringskantoor ontslagen als bewindvoerder van verzoeker en verweerster benoemd tot opvolgend bewindvoerder. Verzoeker kwam in hoger beroep met het verzoek de beschikking te vernietigen en het bewindvoeringskantoor opnieuw te benoemen. Hij stelde onder druk te hebben gehandeld en dat de nieuwe bewindvoerder een financieel belang had, terwijl het bewindvoeringskantoor zijn belangen altijd naar behoren had behartigd.
Het hof oordeelde dat verzoeker in eerste aanleg zijn verzoek tot ontslag zelf had ingediend en dat hij in beginsel niet ontvankelijk was, maar dat hij zich beroept op nieuwe feiten en omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen. Het hof beoordeelde of er gewichtige redenen waren voor ontslag van de bewindvoerder volgens artikel 1:448 lid 2 BW Pro.
Gelet op de feiten en het ontbreken van aanwijzingen dat het bewindvoeringskantoor zijn taken niet naar behoren had uitgevoerd, concludeerde het hof dat er geen gewichtige redenen waren voor ontslag. De feitelijke situatie was onveranderd omdat de nieuwe bewindvoerder geen uitvoering had gegeven aan het bewind en het bewindvoeringskantoor de taken bleef uitvoeren. Het hof vernietigde daarom de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek tot herbenoeming af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het verzoek tot herbenoeming van het bewindvoeringskantoor af wegens ontbreken van gewichtige redenen.