Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
Cakewalk,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In eerste aanleg vorderde appellant een exhibitievordering ex art. 843a Rv, welke door de rechtbank bij tussenvonnis werd afgewezen. Appellant stelde dat dit vonnis een voorlopige voorziening of eindvonnis was waartegen hoger beroep mogelijk is, maar het hof oordeelde dat het een tussenvonnis betreft waartegen geen hoger beroep openstaat zonder expliciete toestemming van de rechtbank.
De zaak betreft een civiele procedure waarbij Cakewalk B.V. een vordering van €300.000,- had ingesteld tegen appellant wegens borgstelling en cessie. Appellant wilde met de exhibitievordering inzage verkrijgen in documenten om zijn verweer te onderbouwen. De rechtbank wees de exhibitievordering af, waarna appellant hoger beroep instelde.
Het hof overwoog dat de exhibitievordering slechts een instructie voor de hoofdzaak is en geen zelfstandige voorlopige voorziening of eindvonnis. Omdat de rechtbank geen toestemming gaf voor hoger beroep tegen het tussenvonnis, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt appellant in de proceskosten.