Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
"ja, ja".
"We hebben altijd de wereld bevochten met z'n tweeën. Ik heb de bedragen nooit van hem gewild. Hij had zekerheid moeten bedingen, dat heb ik hem nog aangeboden maar hij wilde dat niet. (…) Hij heeft de bedragen er vrijwillig ingestopt en nu wil hij terugbetaling. Ik vroeg altijd of ik iets kon betalen."
4.De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan
5.De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
NJ1992, 724 in een dagvaardingszaak). [verzoekster] heeft daarvan dan ook terecht geen punt gemaakt en heeft zich tegen dit onderdeel van het verzoek verdedigd.