ECLI:NL:GHARL:2019:7282
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ouders niet-ontvankelijk in verzoek voorlopige omgangsregeling bij uithuisplaatsing kind
De ouders zijn gezamenlijk gezagsbeklaagden over hun minderjarige kind, dat sinds juni 2019 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI) en in een pleeggezin verblijft. Zij hebben bij het hof hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing heeft verleend.
Tegelijkertijd verzochten de ouders het hof om een voorlopige omgangsregeling met het kind vast te stellen. Het hof heeft dit verzoek afgesplitst en gelijktijdig met de hoofdzaak behandeld. Volgens het hof kan het verzoek niet worden toegewezen omdat de wet een speciale regeling kent waarbij de GI eerst een schriftelijke aanwijzing moet geven over de omgang tussen ouders en kind.
De ouders hadden de GI echter niet verzocht een omgangsregeling vast te stellen, noch was er een schriftelijke aanwijzing van de GI. Het hof oordeelde dat de ouders deze procedure moeten volgen en verklaarde hen niet-ontvankelijk in hun verzoek tot voorlopige omgangsregeling, omdat er geen wettelijke grondslag is voor het hof om deze regeling zelf vast te stellen.
Uitkomst: Ouders worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot voorlopige omgangsregeling omdat zij eerst de GI moeten verzoeken een omgangsregeling vast te stellen.