In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van indirecte bestuurders van Luxury Fashion Media Group B.V. (Luxury) jegens een opdrachtnemer die een applicatie ontwikkelde. Luxury had een overeenkomst gesloten voor de ontwikkeling van een applicatie, waarvoor een voorschot werd betaald, maar de resterende termijnen werden niet voldaan. Luxury beëindigde de samenwerking voortijdig en werd later door turboliquidatie ontbonden, waardoor de vordering onbetaald en onverhaalbaar bleef.
De opdrachtnemer stelde de indirecte bestuurders aansprakelijk wegens het onbehoorlijk vervullen van hun taak, omdat zij wisten of hadden moeten begrijpen dat Luxury haar betalingsverplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden. De rechtbank oordeelde eerder dat de bestuurders aansprakelijk waren wegens betalingsonwil en betalingsonmacht. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst grieven van de bestuurders af.
Het hof overweegt dat de bestuurders de werkzaamheden van de opdrachtnemer hebben laten voortzetten terwijl zij wisten dat Luxury niet betaalde. Ondanks een kredietovereenkomst waarbij de houdstermaatschappijen verplicht waren om op verzoek krediet te verstrekken, werden de gelden die bestemd waren voor de opdrachtnemer op andere wijze besteed. Dit handelen of nalaten is onzorgvuldig en vormt een ernstig persoonlijk verwijt.
De overeenkomst eindigde door opzegging van Luxury, waarbij de opdrachtnemer recht had op het volle loon omdat zij niet tekort was geschoten. De bestuurders konden niet aantonen dat er sprake was van besparingen of tekortkomingen van de opdrachtnemer. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de bestuurders in de kosten van het hoger beroep.