ECLI:NL:GHARL:2019:7915
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Oproeping verzoeker en advocaat voor behandeling verzoek ex artikel 89 Sv moet door openbaar ministerie worden verzorgd
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade als gevolg van ondergane detentie en de kosten van het verzoekschrift. Tijdens de behandeling in raadkamer zijn verzoeker en zijn advocaat niet verschenen. Het hof constateert dat zij niet zijn opgeroepen voor de behandeling, terwijl dit op grond van artikel 89, derde lid, Sv, en artikel 23, tweede lid, Sv wel vereist is.
Het hof stelt vast dat de oproeping ingevolge artikel 555 Sv Pro op last van het openbaar ministerie moet plaatsvinden, dat het laatst vervolgd heeft. De praktijk waarbij de griffier de oproeping verzorgt, is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen. De brief die soms door de griffier wordt verzonden waarin wordt medegedeeld dat verschijnen niet nodig is, kan niet als oproeping worden beschouwd.
Daarom verklaart het hof de oproeping nietig en benadrukt dat het verschijnen van verzoeker en zijn advocaat in raadkamer niet verplicht is, maar dat zij dit zelf moeten afwegen. Het hof benadrukt dat het openbaar ministerie de oproeping dient te verzorgen voor de behandeling van het verzoek in openbare raadkamer.
Uitkomst: Het hof verklaart de oproeping nietig en bepaalt dat het openbaar ministerie verantwoordelijk is voor de oproeping van verzoeker en zijn advocaat voor de raadkamerbehandeling.