Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 26 februari 2019, en
- een journaalbericht van mr. Heeren van 29 augustus 2019 met productie.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De mentor van een meerderjarige onder bewind staande persoon verzocht de rechtbank om de bewindvoerder te ontslaan wegens gebrekkige communicatie en samenwerking, en wilde een opvolger benoemd zien. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de mentor in hoger beroep ging en haar verzoek aanpaste door een andere beoogde opvolger te noemen.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:448 lid 2 BW Pro ontslag van een bewindvoerder alleen kan worden verleend bij gewichtige redenen, hetgeen in deze zaak niet is gebleken. De mentor stelde dat de bewindvoerder onvoldoende financiële middelen beschikbaar stelde voor noodzakelijke verzorging en zich bevoogdend opstelde, maar het hof oordeelde dat de bewindvoerder zorgvuldig en prudent met het vermogen omging.
De bevoegdheden van bewindvoerder en mentor zijn wettelijk geregeld, waarbij de mentor exclusief bevoegd is in zaken van verzorging en behandeling. Het hof stelde vast dat de bewindvoerder zijn taken naar behoren vervult en dat de communicatieproblemen niet zodanig zijn dat ontslag gerechtvaardigd is.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de mentor af, waarbij het belang van de betrokkene centraal stond. De bewindvoerder zal de mentor periodiek inzage blijven geven in het vermogen van de betrokkene.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder af wegens ontbreken van gewichtige redenen.