In deze arbeidsrechtelijke zaak vordert appellante betaling van het te weinig betaalde salaris over de periode van 1 september 2016 tot en met 18 juni 2018, omdat zij stelt dat Dockweiler B.V. een aanvullende arbeidsvoorwaarde hanteerde waarbij tijdens ziekte 100% van het loon werd doorbetaald. De kantonrechter had deze vordering eerder afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat een dergelijke afspraak bestond.
In hoger beroep betoogt appellante dat het beleid en de praktijk van Dockweiler wezen op volledige loondoorbetaling bij ziekte, ondersteund door verklaringen van voormalige directeur en administratief verantwoordelijke. Het hof benadrukt dat de vraag of sprake is van een aanvullende arbeidsvoorwaarde afhangt van de zin die partijen aan elkaars gedragingen en verklaringen toekennen, en dat dit niet in algemene zin kan worden beantwoord.
Omdat het hof in deze fase onvoldoende is geïnformeerd, bepaalt het een comparitie van partijen om nadere toelichting en bewijs te verkrijgen, waaronder het horen van getuigen. Tevens wordt de mogelijkheid tot schikking benut. De beslissing in het incidenteel hoger beroep over proceskosten wordt aangehouden in afwachting van de uitkomst van de comparitie.
De comparitie is gepland op 6 december 2019 in Zwolle, waarbij partijen en getuigen worden opgeroepen. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan tot na deze zitting.