Uitspraak
Westerman,
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
De vaststaande feiten
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de loonvordering van een bouwvakker centraal die zijn arbeidsovereenkomst opzegde per direct na de bouwvak. De werknemer had onvoldoende resterende vakantiedagen en volgens de werkgever een negatief saldo aan verlofuren. De werkgever betaalde het loon over de laatste weken van het dienstverband niet volledig uit.
De arbeidsovereenkomst viel onder de cao voor de Bouwnijverheid, waarin regels zijn opgenomen over vakantie- en roostervrije dagen en de doorbetaling van loon tijdens verlof. Het hof constateerde dat de loonstroken onjuist waren en dat de werkgever geen duidelijk overzicht van de opbouw en opname van verlofuren had verstrekt, waardoor het negatieve saldo niet aannemelijk was.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de werknemer recht heeft op loon over de genoten vakantie-uren en roostervrije dagen, waarbij het hof vaststelde dat de werknemer mogelijk niet voldoende verlofuren had opgebouwd om alle genoten uren te dekken. Het hof gaf partijen de gelegenheid om nadere berekeningen en overzichten te overleggen, met het oog op een regeling. Het hoger beroep van de werkgever tegen een tussenvonnis werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de werkgever niet-ontvankelijk en verwijst de zaak voor nadere aktewisseling over verlofuren en Tijdspaarfonds.