Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de beëindiging van het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen, waarbij de moeder het eenhoofdig gezag wil verkrijgen. De vader, gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie, voert verweer tegen deze beëindiging. De kinderen hebben een moeilijke periode doorgemaakt, waaronder een ondertoezichtstelling van 2,5 jaar vanwege conflicten tussen de ouders en zorgen over de veiligheid.
De rechtbank had het gezag van de vader beëindigd en de moeder het eenhoofdig gezag toegekend, maar had dit uitsluitend op grond van artikel 1:251a BW gedaan. Het hof vernietigt deze beschikking en bepaalt dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd op grond van artikel 1:253n BW, waarna het gezag aan de moeder wordt toegekend.
De psychiatrische problematiek van de vader, zijn wantrouwen en beschuldigingen jegens de moeder en haar partner, en het ontbreken van constructieve communicatie maken gezamenlijk gezag onhoudbaar. De kinderen ervaren rust en duidelijkheid onder het eenhoofdig gezag van de moeder. Het hof acht het belang van de kinderen gediend met deze regeling en wijst de grieven van de vader af.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt aan de moeder toegekend.