ECLI:NL:GHARL:2019:8130

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 oktober 2019
Publicatiedatum
7 oktober 2019
Zaaknummer
WAHV 200.202.425
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
bord C2 RVV 1990beschikking Minister van Infrastructuur en Milieu 21 januari 2013, kenmerk RWS 2013/3317
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens overtreding geslotenverklaring ondanks verweer over politiegedrag

De betrokkene werd een administratieve sanctie van €140 opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990) op 26 november 2014 in Hillegom. De betrokkene erkende de overtreding, maar voerde verweer tegen de sanctie met een klacht over het politieoptreden, met name dat de politie ook de geslotenverklaring zou hebben overtreden.

Het hof oordeelde dat de klacht over het politiegedrag buiten de reikwijdte van de procedure valt en verwees de betrokkene naar de korpschef voor een eventuele klacht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat politieambtenaren vrijstelling genieten van bepaalde verkeersregels op grond van een ministeriële beschikking van 21 januari 2013.

Gelet op deze omstandigheden zag het hof geen reden om de sanctie te matigen of achterwege te laten en bevestigde het de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond had verklaard.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €140 voor het overtreden van een geslotenverklaring en wijst het beroep af.

Uitspraak

WAHV 200.202.425
7 oktober 2019
CJIB 186799883
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 20 september 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal gevraagd om aanvullende informatie.
Deze informatie is ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de betrokkene. Deze heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingsverkeer)”, welke gedraging zou zijn verricht op 26 november 2014 om 15:36 uur op de Prins Bernhardstraat te Hillegom met het voertuig met het kenteken
[00-YY-YY] .
2. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht. Het bezwaar van de betrokkene komt in feite neer op een klacht over het handelen van de politie bij de staandehouding. De betrokkene beklaagt zich er verder over dat de politie ook heeft gehandeld in strijd met de geslotenverklaring. De politie is namelijk door dezelfde straat teruggereden.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene niet ontkent gehandeld te hebben in strijd met een geslotenverklaring, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Het hof stelt voorop dat in deze procedure de vraag ter beoordeling voorligt of de gedraging is verricht en of sprake is van zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege moet blijven of gematigd zou moeten worden. De klacht van de betrokkene over de handelswijze van de verbalisanten valt buiten de reikwijdte van deze procedure. Voor zover de betrokkene daaromtrent alsnog een klacht wenst in te dienen, dient zij zich te wenden tot de korpschef van het korps waarvan die verbalisanten deel uitmaken.
5. Het verweer van de betrokkene dat de politie ook gehandeld heeft in strijd met de geslotenverklaring, begrijpt het hof als een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Dit verweer slaagt niet. De betrokkene en een politieambtenaar zijn geen gelijkwaardige verkeersdeelnemers. In dit kader verwijst het hof naar het door de Minister van Infrastructuur en Milieu gegeven beschikking van 21 januari 2013, kenmerk RWS 2013/3317, waarbij ten behoeve van (kort gezegd) politieambtenaren - met inachtneming van de genoemde voorwaarden - vrijstelling wordt verleend van de bepalingen van het RVV 1990.
6. Gelet op het voorgaande zijn er naar het oordeel van het hof geen redenen om de sanctie achterwege te laten of het bedrag daarvan te matigen. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.