ECLI:NL:GHARL:2019:8304
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing officier van justitie en inleidende beschikking Wahv
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de officier van justitie deels gegrond had verklaard en een proceskostenvergoeding had toegekend. Het hof oordeelde dat het proces-verbaal van de zitting niet voldeed aan de vereisten, waardoor de beslissing van de kantonrechter niet in stand kon blijven.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, omdat de hoorplicht niet was nageleefd zoals vereist in de Awb. Het beroep tegen de inleidende beschikking, waarin een administratieve sanctie van €95,- was opgelegd wegens het niet gebruiken van het verplichte fietspad, werd ongegrond verklaard. De betrokkene voerde onder meer aan dat de gedraging onvoldoende was geïndividualiseerd en dat de ambtenaar niet bevoegd was, maar deze verweren werden verworpen.
Het hof stelde vast dat het aanvullend proces-verbaal, hoewel laat ingebracht, in de procedure mocht worden betrokken. De sanctie was terecht aan de kentekenhouder opgelegd omdat staandehouding niet mogelijk was. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de inleidende beschikking niet werd vernietigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de officier van justitie en verklaart het beroep gegrond, maar verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.