ECLI:NL:GHARL:2019:8404

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 oktober 2019
Publicatiedatum
14 oktober 2019
Zaaknummer
WAHV 200.259.386
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 12 lid 1 WahvArt. 13a WahvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing kantonrechter en niet-ontvankelijkheid beroep tegen officier van justitie in milieuzonezaak

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €90 opgelegd voor het overtreden van een milieuzone in Utrecht met een kampeerauto. De officier van justitie vernietigde de sanctiebeschikking tijdens de behandeling bij de kantonrechter, waarna het beroep van de betrokkene door de kantonrechter niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang.

De gemachtigde van de betrokkene stelde hoger beroep in tegen deze beslissing en verzocht om een zitting. Het hof constateerde dat de kantonrechter het beroep niet op een zitting had behandeld, terwijl dit volgens de wet verplicht was, waardoor het recht op toegang tot de rechter was geschonden. Daarom werd het appelverbod buiten toepassing gelaten en de beslissing van de kantonrechter vernietigd.

Vervolgens oordeelde het hof dat door de vernietiging van de sanctiebeschikking het belang van de betrokkene bij het beroep tegen de officier van justitie was komen te vervallen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof wees ook proceskosten toe aan de betrokkene wegens de verrichte proceshandelingen in zowel eerste als hoger beroep.

De uitspraak verduidelijkt dat het ontbreken van een zitting in eerste aanleg een schending van het recht op een eerlijk proces inhoudt, maar dat de vernietiging van de sanctiebeschikking het verdere belang bij het beroep wegneemt. De zaak betreft de toepassing van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en het recht op toegang tot de rechter volgens het EVRM.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter is vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard; proceskosten worden vergoed.

Uitspraak

WAHV 200.259.386
14 oktober 2019
CJIB 207784007
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 27 maart 2019
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 september 2019. De gemachtigde van de betrokkene en de betrokkene zijn verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [D] .

Beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- Wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-.
- Wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
2. De aan de betrokkene opgelegde administratieve sanctie bedroeg € 90,-. Hangende de behandeling van het beroep door de kantonrechter heeft de officier van justitie de inleidende beschikking vernietigd. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat de officier van justitie de inleidende beschikking heeft vernietigd en de betrokkene om die reden geen belang meer heeft bij een uitspraak op het beroep. Gelet hierop doen zich de onder 1. genoemde situaties niet voor en staat geen beroep open tegen de beslissing van de kantonrechter.
3. In artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten. Van een dergelijke schending kan sprake zijn als de kantonrechter degene aan wie de sanctie is opgelegd niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt op een openbare zitting toe te lichten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
4. Ter zitting heeft de gemachtigde aangevoerd dat bij de kantonrechter ten onrechte geen zitting heeft plaatsgevonden.
5. Uit het dossier blijkt niet dat de kantonrechter het beroep van de betrokkene op een zitting heeft behandeld. Op die zitting, waarom door de gemachtigde was verzocht, had de betrokkene in de gelegenheid kunnen worden gesteld om zijn belang bij de beoordeling van het beroep toe te lichten en had het verzoek om proceskostenvergoeding ex artikel 13a van de Wahv moeten worden behandeld. Door geen zitting te houden is gehandeld in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv. Het recht op toegang tot de rechter is geschonden en daarom zal het hof het appelverbod buiten toepassing laten. De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.
6. De officier van justitie heeft bij beslissing gedateerd 23 oktober 2018 besloten de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie was opgelegd van € 90,- voor: "handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990 (milieuzone), te vernietigen. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 mei 2017 om 9:09 uur op de Graadt van Roggeweg in Utrecht met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
7. De gemachtigde heeft tegen voornoemde beslissing van de officier van justitie aangevoerd dat deze beslissing geen enkele motivering bevat. Zowel de betrokkene als andere eigenaren van kampeerauto's hebben belang bij een uitspraak omtrent de strafbaarheid van de gedraging. Een milieuzone is effectief door het weren van oude dieselauto's die niet zijn voorzien van een roetfilter. De betrokkene heeft zijn kampeerauto laten voorzien van een roetfilter die aan de strengste Europese milieueisen voldoet. Hij heeft de luchtkwaliteit van de milieuzones aldus niet belast met zijn voertuig. Omdat het hem niet duidelijk is geworden waarom de inleidende beschikking is vernietigd, is de betrokkene in rechtsonzekerheid blijven verkeren. Het is hem tot op heden niet duidelijk of hij met zijn kampeerauto al dan niet de Utrechtse milieuzone mocht en mag inrijden.
8. Omdat de inleidende beschikking is vernietigd, heeft de betrokkene naar het oordeel van het hof geen rechtens te respecteren belang meer bij de beoordeling van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. De inleidende beschikking heeft, door de vernietiging daarvan, geen rechtsgevolgen meer. Dat beoordeling door de rechter van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, voor de betrokkene of andere eigenaren van kampeerauto's duidelijkheid zou kunnen scheppen omtrent de rechtmatigheid van in de toekomst mogelijk nog op te leggen sancties, vormt onvoldoende belang bij zodanige beoordeling. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk verklaren.
9. Omdat de inleidende beschikking is vernietigd, komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigden van de betrokkene hebben de volgende voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen verricht: het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en het verschijnen op de zitting in hoger beroep. Hieraan dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 768,-.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van 768,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. De Jong als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.