Op 25 oktober 2017 werd verdachte aangehouden nabij de plaats delict met in zijn bezit gestolen goederen afkomstig uit een woninginbraak. Verdachte had een autosleutel van een Ford bij zich, die bleek te passen op de auto van de bewoners, terwijl hij hierover onwaarheden had verteld.
Verdachte presenteerde een alternatief scenario waarin een vriend hem de tas met gestolen goederen zou hebben gegeven, maar dit werd door het hof als ongeloofwaardig en oncontroleerbaar beoordeeld. Daarnaast waren er appcontacten die niet pasten binnen zijn verklaring.
Het hof achtte de woninginbraak wettig en overtuigend bewezen en vernietigde het vonnis van de politierechter dat verdachte vrijsprak. Verdachte werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij tot immateriële schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
De strafoplegging werd passend geacht gezien de ernst van het feit, de impact op de slachtoffers en het ontbreken van berouw bij verdachte. Het hof gaf tevens opdracht tot teruggeven van bepaalde inbeslaggenomen goederen en het bewaren van andere ten behoeve van de rechthebbende.