ECLI:NL:GHARL:2019:8608
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging administratieve sanctie wegens onvoldoende staandehouding bij rechts inhalen
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €230 opgelegd voor rechts inhalen op de A7 te Purmerend op 13 juni 2016. Hij betwistte dat hij de gedraging zelf verrichtte en voerde aan dat de verbalisant geen geldige reden gaf voor het niet staande houden.
Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder bij constatering van een overtreding worden staande gehouden om zijn identiteit vast te stellen. Alleen als er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. De ambtenaar verklaarde dat staandehouding niet mogelijk was vanwege woon/werkverkeer.
Het hof oordeelt dat deze enkele verklaring onvoldoende is om aan te nemen dat staandehouding niet mogelijk was. Daarom is de sanctie ten onrechte aan de betrokkene opgelegd. Het hof vernietigt de eerdere beslissingen en verklaart het beroep gegrond.
Uitkomst: De administratieve sanctie wegens rechts inhalen wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van staandehouding.