ECLI:NL:GHARL:2019:8608

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 oktober 2019
Publicatiedatum
17 oktober 2019
Zaaknummer
Wahv 200.234.188/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging administratieve sanctie wegens onvoldoende staandehouding bij rechts inhalen

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €230 opgelegd voor rechts inhalen op de A7 te Purmerend op 13 juni 2016. Hij betwistte dat hij de gedraging zelf verrichtte en voerde aan dat de verbalisant geen geldige reden gaf voor het niet staande houden.

Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder bij constatering van een overtreding worden staande gehouden om zijn identiteit vast te stellen. Alleen als er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. De ambtenaar verklaarde dat staandehouding niet mogelijk was vanwege woon/werkverkeer.

Het hof oordeelt dat deze enkele verklaring onvoldoende is om aan te nemen dat staandehouding niet mogelijk was. Daarom is de sanctie ten onrechte aan de betrokkene opgelegd. Het hof vernietigt de eerdere beslissingen en verklaart het beroep gegrond.

Uitkomst: De administratieve sanctie wegens rechts inhalen wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van staandehouding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.234.188/01
CJIB-nummer
: 200049795
Uitspraak d.d.
: 17 oktober 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 19 december 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “rechts inhalen waar dat verboden is”, welke gedraging zou zijn verricht op 13 juni 2016 om 12.17 uur op de A7 te Purmerend met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De betrokkene ontkent, net als eerder in de procedure, dat hij de gedraging zelf heeft verricht. Hij voert onder meer aan dat de verbalisant geen valide reden vermeldt waarom hij de bestuurder niet heeft staandegehouden.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen.
4. Zowel in het zaakoverzicht als in het aanvullend proces-verbaal dat zich in het dossier bevindt verklaart de ambtenaar dat er geen mogelijkheid was tot staandehouding. Als reden wordt genoemd woon/werkverkeer. Naar oordeel van het hof is deze enkele verklaring onvoldoende om aan te nemen dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding.
5. Het voorgaande brengt mee dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal dan ook beslissen als hierna vermeld.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.