Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Beoordeling
meersubsidiaire standpunt van de gemachtigde.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €370,- opgelegd wegens parkeren zonder geldige gehandicaptenparkeerkaart op een gehandicaptenparkeerplaats op de IJsselkade te Doetinchem. De betrokkene voerde aan dat het terrein niet als een voor het openbaar verkeer openstaande weg moest worden aangemerkt, dat het verkeersbesluit onverbindend was, dat conflicterende bebording bestond, dat handhaving willekeurig en discriminerend was en dat de boete disproportioneel hoog was.
Het hof oordeelde dat het terrein feitelijk voor het openbaar verkeer openstond omdat de rechthebbende zich niet op kenbare wijze het recht had voorbehouden om toegang te ontzeggen. Hierdoor zijn de verkeersregels van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing en was de verbalisant bevoegd de sanctie op te leggen. Het hof verwierp de subsidiaire bezwaren over conflicterende bebording en willekeurige handhaving omdat geen sprake was van juridische gronden voor afwijking.
Ook het beroep op disproportionaliteit van de sanctie werd verworpen, aangezien de hoogte van de boete wettelijk is vastgesteld en slechts bij bijzondere omstandigheden gematigd kan worden. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter dat de sanctie terecht is opgelegd.