De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Hij zou op 11 november 2017 een benadeelde hebben bedreigd door snijbewegingen langs zijn keel te maken.
In hoger beroep stelde de verdediging dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit leed aan een psychose, wat werd onderbouwd met een geneeskundige verklaring. Het hof achtte het aannemelijk dat het gedrag van verdachte door deze psychose werd beïnvloed, waardoor hem het bewezenverklaarde feit niet kan worden toegerekend.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar maar sprak verdachte vrij en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. De schadevordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd, en zij wordt verwezen naar de burgerlijke rechter.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.P. Bordes, mr. C. Caminada en mr. J.S. van Duurling op 21 oktober 2019.