Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staan de ouders van twee minderjarige kinderen in hoger beroep tegenover elkaar over de precieze aanvangstijd van de zorgregeling op vrijdagmiddag voor het jongste kind, geboren in 2008. De moeder vordert dat de zorg op vrijdagmiddag om 14.30 uur begint, terwijl de vader stelt dat dit om 17.15 uur moet zijn.
Het hof verwijst naar eerdere beschikking van de rechtbank Noord-Nederland en de herstelbeschikking waarbij het hoofdverblijf van het oudste kind bij de vader is vastgesteld. De moeder heeft twee grieven ingediend, waarvan de eerste grief over het derde weekend inmiddels is komen te vervallen. Het geschil concentreert zich op de aanvangstijd op vrijdagmiddag.
Het hof oordeelt dat de vader de zorgregeling op vrijdagmiddag om 17.15 uur laat aanvangen, wat door hem onomstreden is gesteld en ondersteund wordt door een verklaring van zijn werkgever over zijn onmogelijkheid om het kind eerder op te halen. Het feit dat de moeder het kind zonder overleg eerder van de buitenschoolse opvang heeft gehaald, kan niet aan de vader worden toegerekend. Daarnaast is in aanmerking genomen dat het oudste kind op vrijdag tot 17.00 uur bij de vader blijft vanwege werkzaamheden van de moeder.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de zorgregeling betreft en stelt deze opnieuw vast met de aanvangstijd van 17.15 uur op vrijdagmiddag. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De zorgregeling op vrijdagmiddag vangt aan om 17.15 uur; het verzoek van de moeder tot vervroeging wordt afgewezen.