In deze civiele zaak staat de terugbetaling van diverse leningen centraal, waarbij de vraag is of de verjaring van de vorderingen is gestuit door erkenning van schuld. Het hof bevestigt dat de verjaring van lening 2, een bedrag van Hfl 56.000,- terug te betalen in wekelijkse termijnen, telkens is gestuit doordat geïntimeerde 1 herhaaldelijk heeft erkend geld schuldig te zijn.
Bewijs is geleverd door getuigenverklaringen van appellant, zijn broer, zoon en een derde persoon, die gezamenlijk een consistent beeld geven van de lening en de erkenning daarvan tot medio 2014. De verklaringen van geïntimeerden over betalingen zijn minder overtuigend en missen aanvullend bewijs, behalve een gedeeltelijke aflossing van € 73.500,- die het hof erkent.
Het hof wijst verzoeken van partijen om terug te komen op eerdere beslissingen grotendeels af, behalve voor een punt over een lening met Zeister Investment Groep B.V. in oprichting, waarvoor nader hoor en wederhoor wordt gelast. De zaak wordt aangehouden voor dit punt en verdere beslissingen.