ECLI:NL:GHARL:2019:8859
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens beperkte geldboete bij overtreding identificatieplicht
Verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de kantonrechter waarin hij was veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €50 wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Wet op de identificatieplicht, strafbaar gesteld in artikel 447e Sr.
Het hof heeft tijdens de terechtzitting op 8 oktober 2019 kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de standpunten van verdachte. Volgens artikel 404, tweede lid, Sv staat tegen vonnissen betreffende overtredingen geen hoger beroep open indien de opgelegde straf niet meer is dan een geldboete tot maximaal €50.
De advocaat-generaal stelde dat beroep in cassatie openstaat, maar dit is niet van toepassing omdat het vonnis niet betreft een overtreding van een verordening van een lagere regelgever. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de voorwaardelijke geldboete van €50 wegens overtreding van de identificatieplicht.