ECLI:NL:GHARL:2019:8902

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2019
Publicatiedatum
23 oktober 2019
Zaaknummer
Wahv 200.233.109/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RVV 1990Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie parkeren zonder vergunning op vergunninghoudersplaats

De betrokkene werd een administratieve sanctie van €90,- opgelegd wegens parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder vergunning. De overtreding vond plaats op 6 december 2016 om 14.19 uur in Nijmegen. De betrokkene stelde dat zij pas kort voor 14.19 uur parkeerde en direct daarna via de parkeerapp een bezoekersvergunning aanvroeg, die om 14.20 uur werd afgegeven.

De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, maar het hof stelde vast dat de gedraging weliswaar had plaatsgevonden, maar dat de omstandigheden waaronder dit gebeurde het opleggen van een sanctie niet billijken. De verklaring van de ambtenaar dat er tien minuten geen activiteit bij het voertuig was, werd niet weersproken door het bewijs dat de betrokkene direct een vergunning aanvroeg.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctie van de officier van justitie, en bepaalde dat het door de betrokkene gestelde bedrag moet worden gerestitueerd. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard.

Uitkomst: Het hof vernietigde de sanctie en verklaarde het beroep gegrond omdat het opleggen van de sanctie niet billijk was.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.233.109/01
CJIB-nummer
: 203701632
Uitspraak d.d.
: 23 oktober 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 18 december 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 december 2016 om 14.19 uur op de Vleeshouwerstaart te Nijmegen met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene voert aan dat de ambtenaar ten onrechte stelt dat er gedurende 10 minuten geen activiteit was. Zij stelt (onderbouwd met stukken) dat zij niet eerder dan om 14.17 uur ter plaatse kan zijn geweest. Vervolgens is zij naar het adres gelopen waar zij moest zijn, waarna haar auto direct via de parkeerapp van de gemeente Nijmegen is aangemeld voor een bezoekersvergunning. Deze bezoekersvergunning is om 14.20 uur afgegeven.
3. De onder 1. genoemde gedraging betreft een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). Dit artikel luidt:
"De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend."
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"Gedragingsgegevens: ik zag dat het voertuig stond geparkeerd op een middels bord E9 RVV1990 aangeduide parkeergelegenheid welke is voorbehouden aan vergunninghouders. Ik heb geen parkeervergunning in het voertuig wargenomen. Uit navraag bij het bevoegd gezag is mij gebleken dat voor het parkeren op deze parkeergelegenheid geen vergunning is verleend. Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats vond."
5. Door de advocaat-generaal is een aanvullend proces-verbaal van 1 mei 2018 overgelegd. De hierin opgenomen ambtsedige verklaring van de ambtenaar houdt onder meer het volgende in:
"Ik, verbalisant, heb de 10 minuten laad- en lostijd aangehouden. Echter zou het kunnen zijn dat de persoon in deze tussentijd zich in de woning heeft aangemeld via de bezoekers app. Dit kan ik niet meer checken. (…) Na de pardontijd heb ik niet meer gecheckt of het voertuig was aangemeld voor het parkeren via de bezoekersvergunning app."
6. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene heeft erkend dat het voertuig op een parkeerplaats voor vergunninghouders stond geparkeerd en dat de bezoekersvergunning om 14.20 uur is afgegeven, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging (om 14.19 uur) is verricht. Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de gedraging is verricht onder omstandigheden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken.
7. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring die de betrokkene gedurende de gehele procedure heeft afgelegd. De betrokkene heeft haar stelling dat zij haar voertuig vlak voor 14.19 uur ter plaatse heeft geparkeerd met stukken onderbouwd. Zij heeft eveneens met stukken onderbouwd dat aan haar om 14.20 uur een bezoekersvergunning is afgegeven. De verklaring van de ambtenaar in het aanvullend proces-verbaal ontkracht deze stellingen niet. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt immers dat hij weliswaar 10 minuten geen activiteiten bij het voertuig heeft waargenomen, maar ook dat hij niet heeft gecontroleerd of in deze periode, kort na de constatering van de gedraging, een bezoekersvergunning is afgegeven.
8. Het hof is van oordeel dat in dit specifieke geval de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.