ECLI:NL:GHARL:2019:8904

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2019
Publicatiedatum
23 oktober 2019
Zaaknummer
Wahv 200.234.211/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 RVV 1990Art. 13 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rechts inhalen zonder file op A16

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens rechts inhalen op de A16, wat verboden is volgens artikel 11, eerste lid, RVV 1990. Hij voerde aan dat hij in een file reed en daarom rechts mocht inhalen op grond van artikel 13, tweede lid, RVV 1990. Tevens betwistte hij de verklaring van de ambtenaar over gevaarzetting en stelde dat de andere bestuurder een bekeuring had moeten krijgen.

Het hof oordeelde dat het aan de betrokkene was om aannemelijk te maken dat er sprake was van een file, wat niet is gelukt. De enkele aanwezigheid van een voertuig dat niet rechts rijdt, rechtvaardigt geen rechts inhalen. De argumenten over gevaarzetting en het bekeuren van de andere bestuurder werden niet inhoudelijk behandeld omdat de overtreding op zichzelf al een sanctie rechtvaardigt.

Daarmee bevestigde het hof het vonnis van de kantonrechter en handhaafde de opgelegde sanctie van €230. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden op 23 oktober 2019.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €230 voor rechts inhalen omdat geen file aannemelijk is gemaakt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.234.211/01
CJIB-nummer
: 202566531
Uitspraak d.d.
: 23 oktober 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “rechts inhalen waar dat verboden is”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 oktober 2016 om 13.07 uur op de Rijksweg A16 (links) te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De betrokkene stelt dat hem ten onrechte een sanctie is opgelegd. Hij reed ten tijde van de gedraging op de derde rijstrook van (de vier rijstroken van) de A16, toen er vanaf de tweede rijstrook (links van de betrokkene) een auto met een snelheid van circa 75 kilometer per uur voor de betrokkene invoegde. De automobilist bleef vervolgens met die lage snelheid op deze rijstrook rijden, hij ging niet naar de rechter rijstrook terwijl deze wel vrij was. Achter dit voertuig en dat van de betrokkene ontstond een file. De betrokkene heeft de automobilist rechts ingehaald omdat deze zonder noodzaak op de linker rijstrook bleef rijden waardoor er een file ontstond. In dit geval was rechts inhalen toegestaan omdat er sprake was van een file, aldus de betrokkene. Daarnaast klopt de verklaring van de ambtenaar niet. Deze stelt dat andere weggebruikers schrokken van de inhaalmanoeuvre van de betrokkene en dat de betrokkene hiermee bovendien bijna een aanrijding veroorzaakte met verkeer dat kwam invoegen vanaf de A38. Dit is niet juist, aangezien in het zaakoverzicht is opgenomen dat de gedraging ter hoogte van hectometerpaal 24.0Y is verricht, terwijl er pas kan worden ingevoegd vanaf hectometerpaal 23.7Y. Tot slot stelt de betrokkene dat de andere automobilist een bekeuring had moeten krijgen voor het onnodig links rijden.
3. De bij feitcode R326 behorende gedraging betreft een overtreding van artikel 11, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), dat inhoudt:
“Inhalen geschiedt links.”
4. Artikel 13, tweede lid, RVV 1990, bevat een uitzondering op de hoofdregel dat inhalen links geschiedt:
“Files mogen aan de rechterzijde worden ingehaald.”
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Haalde rechts in op een gedeelte van de A16 waar weggebruikers vanaf A38 moeten invoegen.”
6. Vast staat dat de betrokkene een voertuig niet links maar rechts heeft ingehaald. Ter beoordeling van het hof staat de vraag of de in artikel 13, tweede lid, RVV 1990 vervatte uitzondering op de hoofdregel dat inhalen links geschiedt zich hier heeft voorgedaan.
7. Het hof stelt voorop dat het op de weg van de betrokkene ligt om aannemelijk te maken dat sprake is van een file. Daarin is de betrokkene niet geslaagd. Onder verwijzing naar het arrest van dit hof van 12 november 2003 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2003:AO0788) rechtvaardigt de omstandigheid dat sprake is van een motorvoertuig waarvan de bestuurder niet zoveel mogelijk rechts houdt, niet dat rechts wordt ingehaald. Hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd over het vormen van een file achter het voertuig van de betrokkene rechtvaardigt dit ook niet. Een dergelijke stelling is, zoals in genoemd arrest overwogen, ongenoegzaam om aan te nemen dat rechts inhalen geoorloofd zou zijn. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat de uitzondering van artikel 13, tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet van toepassing is.
8. Hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd met betrekking tot de verklaring van de ambtenaar over de gevaarzetting door de betrokkene behoeft geen bespreking nu het verrichten van een gedraging als de onderhavige op zichzelf al het opleggen van een sanctie kan rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als deze heeft de regelgever niet afhankelijk gesteld van gevaarzetting.
9. Tot slot treft het argument van de betrokkene dat de ambtenaar de andere weggebruiker had moeten bekeuren, geen doel. Immers, de enkele omstandigheid dat een andere weggebruiker zich mogelijk (eveneens) niet aan de verkeersregels houdt, heft de aansprakelijkheid voor de onderhavige gedraging niet op.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.