ECLI:NL:GHARL:2019:898
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake administratief beroep verkeersboete
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter Limburg over een administratief beroep van betrokkene tegen een verkeersboete. De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden en dat het boetestelsel niet uitsluitend op verkeersveiligheid is gebaseerd, maar ook op begrotingsdoeleinden.
Het hof stelde vast dat het administratief beroep niet kennelijk ongegrond was, omdat de officier van justitie het dossier had geraadpleegd en een belangenafweging had gemaakt. Hoewel de hoorplicht in beginsel geldt, mocht de officier van justitie op grond van artikel 7:17 Awb Pro afzien van het horen omdat niet om een hoorzitting was verzocht.
Verder oordeelde het hof dat het boetestelsel weliswaar de ernst van het feit als belangrijke factor kent, maar dat ook andere factoren een rol kunnen spelen bij het bepalen van de sanctiehoogte. De beroepsgrond dat de overheid het boetestelsel gebruikt om de begroting sluitend te krijgen, faalt daarmee.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden en wees het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.