ECLI:NL:GHARL:2019:9077

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 oktober 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
WAHV 200.231.282
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 11 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen dubbele administratieve sanctie parkeerverbod

Betrokkene kreeg op dezelfde dag tweemaal een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren in strijd met een parkeerverbod op het Trekvlietplein te 's-Gravenhage. De eerste sanctie werd opgelegd om 14:56 uur en de tweede om 19:55 uur. Betrokkene heeft zijn voertuig niet verplaatst, waardoor sprake is van dubbele bestraffing voor één gedraging.

De ambtenaar die de tweede sanctie oplegde, was niet op de hoogte van de eerste sanctie omdat er geen aankondiging van beschikking onder de ruitenwisser van het voertuig was achtergelaten, in tegenstelling tot andere voertuigen. Het hof oordeelt dat onder deze bijzondere omstandigheden het opleggen van de tweede sanctie niet billijk is.

Het hof vernietigt daarom de beschikking van de officier van justitie en de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond had verklaard. Tevens wordt het door betrokkene betaalde bedrag gerestitueerd en wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot het betalen van proceskosten van €768,-.

Uitkomst: De tweede administratieve sanctie wordt vernietigd en het betaalde bedrag gerestitueerd.

Uitspraak

WAHV 200.231.282
28 oktober 2019
CJIB 203969829
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 24 november 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De verweren die namens de betrokkene naar voren zijn gebracht, richten zich
– onder meer – tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 90,- is opgelegd ter zake van “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 17 december 2016 om 19:55 uur op het Trekvlietplein te 's-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. Namens de betrokkene wordt de gedraging niet ontkend, maar wordt aangevoerd dat de sanctie ten onrechte is opgelegd, omdat aan de betrokkene voor dezelfde gedraging reeds op dezelfde dag om 14:56 uur een sanctie is opgelegd. Informatie omtrent deze sanctie is door de gemachtigde reeds in de procedure bij de kantonrechter in het geding gebracht. De betrokkene heeft zijn voertuig tussentijds niet verplaatst, zodat hij de gedraging slechts eenmaal heeft verricht. De betrokkene is aldus tweemaal bestraft voor één en dezelfde gedraging. De ambtenaar heeft van de eerste sanctie geen aankondiging van beschikking achterlaten, dan wel deze is niet aangetroffen, zodat de betrokkene hiervan niet op de hoogte was. Omdat bij andere voertuigen aldaar wel een dergelijke aankondiging van beschikking achter de ruitenwisser was geplaatst, maar deze bij het voertuig van de betrokkene ontbrak, heeft de 'tweede' ambtenaar besloten om de onderhavige sanctie op te leggen. In een dergelijk geval is sprake van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om het bedrag van de sanctie te matigen tot nihil. De gemachtigde verwijst daarbij naar een arrest van het hof van 22 augustus 2017 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:7239).
3. Uit de zich in het dossier bevindende verklaringen van de ambtenaar die de onderhavige sanctie heeft opgelegd, zijnde een beknopte verklaring in het zaakoverzicht en een op 21 mei 2017 op ambtsbelofte opgemaakte aanvullende verklaring, volgt zakelijk weergegeven dat de ambtenaar heeft geconstateerd dat op voormelde datum, tijd en plaats het bepaalde in artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 in combinatie met bebording E1 is geschonden met het voertuig met bovenvermeld kenteken. Hierbij wordt in de aanvullende verklaring door de ambtenaar nog notie gemaakt van het feit dat hij geen aankondiging van beschikking onder de ruitenwisser van het voertuig van de betrokkene heeft aangetroffen, terwijl er andere voertuigen stonden die wel een aankondiging van beschikking onder de ruitenwissers hadden liggen.
4. Gelet op de informatie in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene het verrichten van de onderhavige gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of sprake is van omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel matiging van die sanctie rechtvaardigen.
5. De aanvullende verklaring in acht nemende, houdt het hof het ervoor dat de ambtenaar geen sanctie zou hebben opgelegd als hij op de hoogte was geweest van de eerste sanctie. Onder die omstandigheden valt het opleggen van de onderhavige sanctie niet te billijken. Dit houdt in dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven en dat het tot zekerheide gestelde bedrag aan de betrokkene dient te worden gerestitueerd. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het hoger beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 768,-.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 768,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.