ECLI:NL:GHARL:2019:9160

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 oktober 2019
Publicatiedatum
29 oktober 2019
Zaaknummer
Wahv 200.236.308/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder)artikel 3.5 procesreglement Wet Mulder
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor door rood licht rijden ondanks verzoek uitstel zitting

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die een administratieve sanctie van €230,- oplegde wegens het niet stoppen voor rood licht op 18 juli 2017. Betrokkene had per e-mail verzocht om uitstel van de zitting van 11 januari 2018, omdat hij niet aanwezig kon zijn.

Het hof overwoog dat in het procesreglement Wet Mulder geen mogelijkheid is voorzien voor het indienen van uitstelverzoeken per e-mail. Betrokkene slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zijn e-mail ook daadwerkelijk door de rechtbank was ontvangen. Van hem mocht worden verwacht dat hij voorafgaand aan de zitting de ontvangst van zijn verzoek had geverifieerd. Hierdoor was de kantonrechter niet gehouden te reageren op het verzoek om aanhouding.

Daarnaast stelde betrokkene dat het verkeerslicht op het moment van passeren nog geel was, wat volgens hem aanleiding gaf tot matiging van de sanctie. Het hof oordeelde dat de hoogte van de sanctie niet afhangt van de duur dat het licht rood was voordat het voertuig de stopstreep passeerde. De verweren faalden, waarna het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigde.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie van €230,- voor door rood licht rijden en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.236.308/01
CJIB-nummer
: 209297397
Uitspraak d.d.
: 29 oktober 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 11 januari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De betrokkene voert in hoger beroep aan dat zijn recht om aanwezig te zijn bij de zitting van de kantonrechter is geschonden. Hij had de kantonrechter per e-mail medegedeeld niet naar de zitting van 11 januari 2018 te kunnen komen en om uitstel verzocht.
2. Het is vaste rechtspraak dat als een partij voorafgaande aan de zitting van de kantonrechter een uitdrukkelijk verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak doet, en de kantonrechter zonder op dat verzoek te beslissen een uitspraak in die zaak heeft gedaan, er sprake kan zijn van schending van het beginsel van hoor en wederhoor.
3. Uit de stukken in het dossier leidt het hof het volgende af. De betrokkene is bij brief van
23 november 2017 opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 14 december 2017. Bij
e-mail van 23 november 2017 heeft de betrokkene om aanhouding verzocht van de behandeling
van zijn zaak op deze zitting. Bij brief van 27 november 2017 is de betrokkene vervolgens opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 11 januari 2018.
4. De betrokkene heeft bij zijn hoger beroepschrift een kopie bijgesloten van de e-mail die hij op 29 november 2017 om 17:29 uur heeft verzonden aan de infobalie van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle. In deze e-mail is aangegeven dat de betrokkene niet op 11 januari 2018 op de zitting aanwezig kan zijn en dat hij graag wil komen op een andere datum. Links onderaan de e-mail staat dat deze e-mail is geprint uit de map ''sent items''. De betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat hij het per e-mail gedane aanhoudingverzoek heeft verzonden. (Een print van) deze e-mail bevindt zich echter niet in het van de rechtbank ontvangen dossier. De zaak is buiten aanwezigheid van de betrokkene behandeld op 11 januari 2018.
5. In de Wahv is de mogelijkheid van elektronisch berichtenverkeer in de beroepsprocedure bij de kantonrechter niet opengesteld. In het procesreglement ''Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) rechtbanken, kantonzaken'' [1] staat dat een verzoek om uitstel van de zitting schriftelijk wordt gedaan aan de kantonrechter van de desbetreffende locatie, onder vermelding van het zaaknummer (zie artikel 3.5). De mogelijkheid van het indienen van uitstelverzoeken per e-mail is hierin ook niet voorzien.
6. Het hof laat in het midden of, gelet op de communicatie met betrekking tot de e-mail van
23 november 2017, bij de betrokkene de rechtens te honoreren verwachting is gewekt dat ook bij
e-mail om uitstel kan worden verzocht. Nu het hier een niet-voorziene mogelijkheid van berichtenverkeer betreft ligt het op de weg van de betrokkene om niet alleen de verzending maar - nu daarvan niet blijkt - ook de ontvangst van de e-mail van 29 november 2017 door de infobalie van de rechtbank aannemelijk te maken. Daarin is hij niet geslaagd.
7. In dit verband merkt het hof op dat van de betrokkene ook mocht worden verwacht dat hij, nu hij voor de zitting de (voorlopige) beslissing op zijn aanhoudingsverzoek niets had vernomen, voorafgaand aan de zitting van de kantonrechter de ontvangst van het aanhoudingverzoek had geverifieerd.
8. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de kantonrechter gehouden was om te responderen op het verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak ter zitting van 11 januari 2018. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is geen sprake.
9. De bezwaren van de betrokkene richten zich verder tegen de opgelegde sanctie.
10. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 18 juli 2017 om 07:42 uur op de Heinoseweg N35 te Zwolle met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
11. De betrokkene stelt dat op het moment dat het eerste gedeelte van het voertuig al over de stopstreep was, het verkeerslicht nog oranje (het hof begrijpt: geel) licht heeft uitgestraald. Hij is van mening dat het bedrag van de sanctie daarom moet worden gematigd.
12. De regelgever heeft voor gedragingen als deze de hoogte van het sanctiebedrag bepaald. Daarbij is niet van belang hoe lang het verkeerslicht rood licht heeft uitgestraald voordat een voertuig dat verkeerslicht passeert. Gelet hierop vormt de door de betrokkene genoemde omstandigheid geen aanleiding voor matiging van het sanctiebedrag.
13. Gelet op het voorgaande slagen de verweren van de betrokkene niet. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

Voetnoten

1.Te vinden onder: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Procesreglement-Wet-Mulder-kanton-1-1-2013.pdf