De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 20 km/u op de A27. In eerste aanleg verklaarde de kantonrechter het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde de sanctiebeschikking, maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
In hoger beroep stelde de gemachtigde van betrokkene dat op de foto van de overtreding meerdere voertuigen stonden, waardoor niet met zekerheid kon worden vastgesteld welk voertuig de overtreding beging. Het hof constateerde dat de foto zeer donker en onduidelijk was, met onleesbare kentekens en onduidelijke positie van de voertuigen, zodat niet zonder twijfel kon worden vastgesteld dat het voertuig van betrokkene de overtreding had begaan.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep gegrond tegen de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Tevens veroordeelde het hof het openbaar ministerie tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. De snelheid was vastgesteld met een geijkt meetmiddel, maar de onduidelijke foto leverde onvoldoende bewijs op om de overtreding aan betrokkene toe te rekenen.