Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2013, die sinds 2017 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI). De moeder verzet zich tegen de verlenging en verzoekt het hof de beschikking te vernietigen en het verzoek van de GI af te wijzen.
De problematiek binnen het gezin is complex en grotendeels veroorzaakt door de vader, die kampt met depressieve klachten en persoonlijkheidsstoornis trekken. Ondanks intensieve hulpverleningstrajecten is het niet gelukt om de communicatie tussen ouders te verbeteren en een stabiele omgangsregeling tot stand te brengen. Sinds januari 2019 is er geen omgang meer tussen vader en kinderen.
Het hof stelt vast dat de moeder zich jarenlang intensief heeft ingezet en dat zij de stabiele factor in het leven van de kinderen is. De opvoedingssituatie bij de moeder is stabiel en er zijn geen zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, behalve de omgang met de vader. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn grotendeels niet meer haalbaar, behalve het veilig en onbelast contact tussen kinderen en vader.
Het hof oordeelt dat de bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen niet zodanig ernstig is dat verlenging van de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd is. De onzekerheid over de draagkracht van de vader en de stress die de ondertoezichtstelling veroorzaakt bij moeder en kinderen wegen mee in dit oordeel. Het verzoek tot verlenging wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af wegens onvoldoende ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen.