ECLI:NL:GHARL:2019:9428
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid autoruiten
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €230 opgelegd wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid van de voorruit en voorste zijruiten van zijn voertuig, vastgesteld op 30 september 2016. In eerste aanleg werd het beroep tegen deze sanctie ongegrond verklaard. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de kantonrechter ten onrechte het motiveringsgebrek in de beslissing van de officier van justitie niet had erkend, omdat het vertrouwensbeginsel niet was meegewogen.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter en de officier van justitie hun beslissingen moesten vernietigen vanwege het motiveringsgebrek, en dat het beroep tegen de inleidende beschikking opnieuw beoordeeld moest worden. Het hof overwoog dat hoewel de gedraging vaststond, het beroep op het vertrouwensbeginsel onvoldoende was onderbouwd. De goedkeuring van het voertuig door de RDW en het feit dat het voertuig al jaren APK-goedgekeurd was, rechtvaardigt geen vertrouwen dat alle voertuigeisen, waaronder lichtdoorlatendheid, werden nageleefd.
De betrokkene had niet specifiek aandacht gevraagd voor de lichtdoorlatendheid bij de keuring en moest daarom de sanctie accepteren. Daarnaast werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat de inleidende beschikking niet werd vernietigd. Het hof vernietigde de eerdere beslissingen, verklaarde het beroep tegen de officier van justitie gegrond, maar verklaarde het beroep tegen de sanctie ongegrond en wees het verzoek om kostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve sanctie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.