ECLI:NL:GHARL:2019:9453

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 november 2019
Publicatiedatum
5 november 2019
Zaaknummer
WAHV 200.232.001
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie snelheidsovertreding ondanks oogproblemen betrokkene

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 11 km/u op een autoweg buiten de bebouwde kom. Hij erkende de overtreding, maar verzocht om clementie vanwege oogproblemen die het aflezen van de snelheidsmeter bemoeilijkten. Na een operatie zijn zijn ogen verbeterd.

De kantonrechter had het beroep van betrokkene ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof overweegt dat de omstandigheden van het geval, waaronder het ontbreken van opzet en het lange tijd niet betrokken zijn bij ongevallen, geen reden vormen om af te wijken van de tariefmatige sanctie.

De wettelijke regeling schrijft een vaste sanctie voor en bijzondere omstandigheden zijn vereist om hiervan af te wijken. Het feit dat betrokkene niet doelbewust handelde en oog heeft voor medeweggebruikers, rechtvaardigt geen matiging. De beslissing van de kantonrechter wordt daarom bekrachtigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €87 voor de snelheidsovertreding.

Uitspraak

WAHV 200.232.001
5 november 2019
CJIB 205677098
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 27 oktober 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 87,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 11 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 4 maart 2017 om 08.49 uur op de N59 te Oude-Tonge met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. De betrokkene ontkent de gedraging niet, maar verzoekt om begrip en clementie. Hij heeft oogproblemen gehad waardoor hij enige tijd soms moeite had om de snelheidsmeter af te lezen. Inmiddels is hij geopereerd en zijn beide ogen beter dan ooit tevoren. Het steekt hem dat de kantonrechter heeft overwogen dat de betrokkene door te gaan rijden met acute staar zichzelf en het andere verkeer in gevaar heeft gebracht. Normaliter speelt dit geen enkele rol bij het al dan niet veilig rijden. Oog hebben voor en rekening houden met de medeweggebruiker zijn voor de betrokkene essentieel. Hij is sinds 1964 niet meer betrokken geweest bij een aanrijding. Vroeger had je "oom agent" die je vermanend toe kon spreken en was er begrip en intermenselijk contact. De betrokkene verzoekt om een menselijke benadering. Verder voelt de betrokkene zich in ongunstige zin aangesproken door de overweging van de kantonrechter dat de betrokkene, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen. De reiskosten Oostkapelle-Rotterdam staan in geen verhouding tot het bedrag van de opgelegde sanctie.
3. Ten aanzien van deze laatste opmerking overweegt het hof dat de vermelding in de beslissing van de kantonrechter dat de betrokkene, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen, niet betekent dat de afwezigheid van de betrokkene hem wordt aangerekend en van invloed is geweest op het oordeel van de kantonrechter. Hiermee is slechts bedoeld dat is vastgesteld dat de afwezigheid van de betrokkene niet is veroorzaakt door het verzuim hem op deugdelijke wijze voor de zitting op te roepen.
4. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
5. Het hof stelt het volgende voorop. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
6. Naar oordeel van het hof is hier niet sprake van dergelijke omstandigheden. Dat de betrokkene niet doelbewust de gedraging heeft begaan, altijd oog heeft voor de medeweggebruiker en al sinds lange tijd niet meer bij een aanrijding betrokkene is geweest, zijn geen omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van de vastgestelde tarieven. Het verrichten van een gedraging als deze kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige is door de wetgever niet afhankelijk gesteld van opzet of gevaarzetting.
7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter juist beslist. Het hof zal die beslissing dan ook bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.