ECLI:NL:GHARL:2019:9459

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 november 2019
Publicatiedatum
5 november 2019
Zaaknummer
WAHV 200.226.471
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 2 sub a Ambtsinstructie politie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor gebruik stilstaand voertuig buiten rijbaan ondanks ontbreken reële staandehoudingsmogelijkheid

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €90 opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan met een stilstaand voertuig op 11 januari 2017. Hij erkende dat het voertuig op de stoep stond, maar betwistte de boete omdat hij niet reëel staande was gehouden. De betrokkene sprak met de verbalisant, die zich niet legitimeerde en niet aangaf dat een boete zou volgen. Daarnaast werd in het zaakoverzicht een tweede verbalisant genoemd die de betrokkene niet had gezien.

De wet bepaalt dat bij vaststelling van een overtreding met een motorrijtuig de sanctie aan de bestuurder moet worden opgelegd indien er een reële mogelijkheid tot staandehouding was, anders aan de kentekenhouder. De verbalisant verklaarde dat zij geen reële mogelijkheid tot staandehouding had vanwege veiligheidsredenen en dat de bestuurder boos wegreed tijdens het bekeuringsgesprek.

Het hof oordeelde dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was en dat de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd. Het ontbreken van legitimatie van de verbalisant en het feit dat er twee verbalisanten werden genoemd, vormden geen reden tot vernietiging van de beschikking. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene terecht ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing.

Uitkomst: De boete is terecht aan de kentekenhouder opgelegd en het beroep wordt afgewezen.

Uitspraak

WAHV 200.226.471
5 november 2019
CJIB 204527136
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant
van 10 oktober 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 27 augustus 2018 is nog een brief van de betrokkene ontvangen.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 11 januari 2017 om 10.34 uur op de Valdijk te Prinsenbeek met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. De betrokkene ontkent niet met zijn voertuig op de stoep te hebben gestaan maar voert aan dat hij ten onrechte niet is staandegehouden. Bekeuren op kenteken mag alleen als een voertuig staat geparkeerd en er verder niemand aanwezig is of wanneer de verkeerssituatie dat niet mogelijk maakt. Daar was hier geen sprake van. Integendeel, de betrokkene heeft zelfs met de verbalisant gesproken. Zij heeft zich echter niet bekend gemaakt en niet gezegd dat hij bekeurd zou worden. Ook heeft de betrokkene de tweede verbalisant niet gezien, terwijl die wel wordt genoemd in het zaakoverzicht. De boete moet worden vernietigd om deze onjuiste gang van zaken recht te zetten.
3. Artikel 5 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd.
4. In het zaakoverzicht verklaart de verbalisant - kort samengevat - dat ze geen mogelijkheid heeft gekregen tot staandehouding of het maken van foto's in verband met (eigen) veiligheid. De betrokkene reed boos weg tijdens het bekeuringsgesprek.
5. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat zij weliswaar met de bestuurder heeft gesproken maar dat deze wegreed. Naar oordeel van het hof was er daardoor geen reële mogelijkheid tot staandehouding om de sanctie aan de bestuurder op te leggen. Wat de betrokkene aanvoert geeft geen aanleiding om daaraan te twijfelen. De bekeuring is dan ook terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
6. Uit de stukken blijkt niet of de verbalisant zich heeft gelegitimeerd. Ervan uitgaande dat zij optrad in burgerkleding, diende zij zich gelet op artikel 2, sub a, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren ongevraagd te legitimeren. Wat daarvan ook zij, zelfs indien vaststaat dat de verbalisant zich niet heeft gelegitimeerd, brengt dit niet mee dat reeds op die grond de inleidende beschikking vernietigd dient te worden. Dat in het zaakoverzicht twee verbalisanten genoemd worden terwijl de betrokkene er maar één heeft gezien leidt evenmin tot vernietiging van de inleidende beschikking.
7. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging erkent stelt het hof vast dat de gedraging is verricht en daarvoor terecht een sanctie is opgelegd. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Daarom zal het hof die beslissing bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.