ECLI:NL:GHARL:2019:9497
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Formele rechtskracht van terugvorderingsbesluiten persoonsgebonden budget bevestigd
In deze civiele zaak stond centraal of appellant gehouden was een bedrag van €15.567,70 terug te betalen aan VGZ Zorgkantoor vanwege onvoldoende verantwoording van toegekend persoonsgebonden budget (PGB) over 2012 en 2013.
Appellant voerde aan dat zij zelf geen PGB had ontvangen en geen budgethouder was, omdat het PGB op de bankrekening van haar moeder werd gestort. Tevens deed zij een beroep op redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter had de vorderingen van VGZ toegewezen, stellende dat de beschikkingen formele rechtskracht hadden gekregen omdat de rechtsgang tegen deze beschikkingen niet volledig was benut.
Het hof overwoog dat appellant de mogelijkheid had bezwaar en beroep in te stellen tegen de beschikkingen, maar dit slechts ten dele had gedaan. Omdat er een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstond die niet volledig werd benut, hadden de beschikkingen formele rechtskracht gekregen en konden deze niet inhoudelijk worden beoordeeld door de burgerlijke rechter.
De grieven van appellant tegen het vonnis van de kantonrechter faalden en het hof bekrachtigde het vonnis. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de terugvordering van €15.567,70 met formele rechtskracht.