ECLI:NL:GHARL:2019:9641
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling kind 1 en verlenging uithuisplaatsing kinderen 2 en 3
In deze zaak stond de beoordeling van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen centraal. Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling van het jongste kind, kind 1, per direct kan worden beëindigd. Dit omdat de moeder grote vooruitgang heeft geboekt in haar opvoedvaardigheden en zelfstandigheid, en het kind zich positief ontwikkelt in een situatie met ambulante begeleiding.
Voor de oudere kinderen, kind 2 en kind 3, die al 3,5 jaar bij pleegmoeders wonen, verlengde het hof de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling. Hoewel het hof niet uitsluit dat terugkeer naar de moeder op termijn mogelijk is, acht het nu nog te vroeg om deze stap te zetten. De moeder bevindt zich nog in een traject van verdere verzelfstandiging en stabiliteit, en de kinderen hebben in hun pleeggezinnen rust en veiligheid gevonden.
Het hof benadrukte de goede verhoudingen tussen moeder en pleegmoeders en het regelmatige contact tussen moeder en kinderen, waardoor het geen gescheiden werelden zijn. De beslissing is mede gebaseerd op het belang van continuïteit en stabiliteit voor de oudere kinderen, die in het verleden veel onrust hebben ervaren. De lopende maatregelen zijn verlengd tot 24 januari 2020, waarna een nieuwe beoordeling kan plaatsvinden.
De beschikking van de kinderrechter van 10 januari 2019 wordt bekrachtigd voor zover deze betrekking heeft op kinderen 2 en 3 en de verlenging van de ondertoezichtstelling van kind 1 tot heden. Voor de periode vanaf heden wordt de verlenging van de ondertoezichtstelling van kind 1 vernietigd en afgewezen. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 7 november 2019.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van kind 1 wordt beëindigd, de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van kinderen 2 en 3 worden verlengd.