ECLI:NL:GHARL:2019:9789
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over billijke vergoeding bij ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding
De werknemer was sinds 2010 in dienst bij Ruiterskwartier en werd in 2016 arbeidsongeschikt door een val. Na revalidatie startte zij in november 2017 een moeizame re-integratie met aangepast werk. Spanningen ontstonden door onduidelijkheden, communicatieproblemen en verschil van inzicht over terugkeer in de oude functie.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding en kende de werknemer een transitievergoeding en een billijke vergoeding van €25.000 toe wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Beide partijen gingen in hoger beroep over de billijke vergoeding: de werkgever betwistte ernstig verwijtbaar handelen, de werknemer vond de vergoeding te laag.
Het hof oordeelde dat de werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Hoewel de re-integratie niet soepel verliep en beide partijen fouten maakten, was er geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen. De loonsanctie van het UWV werd uiteindelijk ingetrokken en de werkgever had redelijke maatregelen genomen, zoals inzet van een coach en aangepaste werkzaamheden. De werknemer gaf tegenstrijdige signalen en hield zich niet altijd aan adviezen.
De arbeidsverhouding verslechterde geleidelijk door onduidelijkheid over herstel en terugkeer, maar het hof vond geen aanwijzingen dat de werkgever bewust op een verstoorde verhouding had aangestuurd. Het verzoek tot een hogere billijke vergoeding werd daarom afgewezen en de beschikking van de kantonrechter vernietigd voor zover deze de billijke vergoeding toekende. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van het principale hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot billijke vergoeding af wegens ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.